ASSR :: News and Newsletter

Amsterdam School for Social science Research
ASSR :: News and Newsletter

De maatschappelijke veranderingen als gevolg van de HIV-epidemie

Wat is de invloed van de HIV-epidemie op de maatschappijen van Kenia, Zambia en Tanzania? Welke nieuwe vormen van zorg zijn er? Dat zijn de kernvragen van een nieuw geïntegreerd onderzoeksprogramma van de Amsterdam School for Social science Research (ASSR). Het project, waaraan onder meer drie Afrikaanse promovendi meewerken, is gehonoreerd met een NWO-WOTRO subsidie van € 400.000. 

Kenia, Tanzania en Zambia hebben alledrie te maken met een ernstige, maar stabiele HIV-epidemie. Steeds meer patiënten hebben toegang tot hiv- en aidsremmers, waardoor grotere aantallen patiënten langer en gezonder leven. ‘Dat leidt tot een enorme stijging in de vraag naar alternatieve vormen van zorg', vertelt programmaleider en onderzoeker Anita Hardon. ‘Denk aan steun bij het medicijngebruik, maar ook aan advies met betrekking tot voeding, seksueel gedrag en, zeer belangrijk, het genereren van inkomen. Hét grootste verschil tussen Afrikaanse en westerse hiv-patiënten is namelijk armoede. De medicijnen mogen dan veelal gratis zijn, het transport naar de instelling waar ze deze krijgen, kost geld. Geld dat mensen vaak niet hebben.'

 

Zorginstellingen overvoerd

De bestaande zorginstellingen in Afrika zijn inmiddels zodanig overvoerd dat ze deze nieuwe vormen van zorg en steun niet kunnen bieden. Om aan de wensen van de patiënten tegemoet te komen, nemen niet-professionele hulpverleners en patiënten het initiatief voor zorgcentra en patiëntgroepen. Hardon: ‘En dat is ook de belangrijkste hypothese van ons onderzoeksprogramma: er ontstaan maatschappelijke bewegingen die op een andere, onderscheidende manier zorg en steun bieden aan door HIV getroffen gemeenschappen.'
Onderzoek naar deze problematiek staat centraal in het FMG-onderzoekszwaartepunt Global Health and Inequality, dat wordt geleid door Jelle Visser en Anita Hardon.
Het onderzoeksteam richt zich tijdens het onderzoek op lay councellors (mensen die steun en voorlichting geven aan patiënten zonder dat ze daarvoor specifiek zijn opgeleid); zorg voor weeskinderen en op support groups van hiv- en aidspatiënten. Hardon en haar team onderzoeken onder meer de manieren waarop officiële zorgprogramma's en -instanties (kunnen) samenwerken met de nieuwe, ‘onofficiële' zorgverleners.

 

Afrikaanse promovendi

Het onderzoeksproject valt uiteen in drie promotie-onderzoeken die zich elk richten op respectievelijk Kenia, Zambia en Tanzania. De ASSR selecteerde daarvoor drie excellente Afrikaanse studenten. Een van hen heeft de Amsterdam Masters in Medical Anthropology gevolgd, de twee anderen zijn momenteel betrokken bij vergelijkende medisch antropologische studies In Zambia en Kenya. Daarnaast zijn er nog twee onderzoeksprojecten op metaniveau die worden uitgevoerd door postdocs.  

 

Veranderingen in de gemeenschap

Zo bestudeert promovenda Nipael Mrutu de veranderingen in de gemeenschap als gevolg van de zorg voor aidswezen. Hardon: ‘Aangezien de ouders van deze kinderen zijn weggevallen, betekent dat dat deze kinderen worden verzorgd door bijvoorbeeld grootouders. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de structuur van een gemeenschap.' Promovendus Joseph Simbaya onderzoekt het fenomeen lay councelling in Zambia. Emmy Kageha ten slotte, bestudeert de noodzaak voor en de gevolgen van het ontstaan van door patiënten opgezette support groups voor hiv-patiënten.

 

Familieverhoudingen

Postdoc Josien de Klerk onderzoekt de veranderende familieverhoudingen als gevolg van het grote aantal weeskinderen, en focust daarbij op de oudere weeskinderen. Zij vergelijkt daarbij de gegevens van Kenia, Tanzania en Zambia. Eileen Moyer, postddoc, vergelijkt het werk van aids/hiv-activisten in de drie Afrikaanse landen - op welke manier worden de activisten beïnvloed door activisten in de rest van de wereld? Hoe is hun samenwerking met beleidsmakers en professionele zorgverleners?